Het frequent lezen van fictie levert een positieve bijdrage aan het schoolsucces, houdt de leesvaardigheid op peil, maar stimuleert ook allerlei competenties die samengaan met burgerschap. In het eerste deel van deze bijdrage zal uiteengezet worden hoe deze effecten met het lezen van fictie bereikt worden.
Gegeven het belang van het lezen van fictie is er de noodzaak iedereen aan het lezen te krijgen en te houden. In het tweede deel van de bijdrage wordt een model uiteengezet dat aangeeft hoe een aarzelende lezer gestimuleerd kan worden om frequenter te lezen. Hierbij spelen niet alleen ouders, school en bibliotheek een belangrijke rol. Discussie over de inhoud van boeken (juist buiten school en het ouderlijke milieu) heeft belangrijke positieve effecten. Bij deze discussies wordt ingegaan op wat een lezer zelf van het boek vindt, welke herinneringen het gelezene oproept, en of de lezer zich kan vinden in de beslissingen van de hoofdpersoon? Deze discussies, die vooral ingaan op inlevings- en belevingsaspecten van het lezen, zijn de motor achter de positieve effecten die het lezen van fictie heeft voor leesvaardigheid, schoolsucces en burgerschapcompetenties.

 

Terug naar het programma