Lezen is een vaardigheid die niet alleen verworven maar ook onderhouden moet worden. Dat geldt zowel voor het ‘gewone’ lezen als voor het literaire lezen. Het belang van het beheersen van die vaardigheid blijkt uit de opbrengsten die lezen biedt. Lezen is belangrijk voor het succesvol doorlopen van school, voor arbeidsparticipatie en voor deelname aan het maatschappelijk leven, oftewel de ontwikkeling van burgerschap. Lezen vormt de persoonlijkheid, biedt inzicht in de eigen persoon en de omgeving, op kleine en grote schaal. Lezen geeft de mogelijkheid tot morele, emotionele en esthetische sensibilisering. Lezen zelf en hetgeen lezen teweeg brengt, bewerkstelligt een bevredigende en aangename ervaring. Verschillende soorten teksten, globaal zakelijke en literaire teksten, bereiken deze effecten op eigen wijze en met eigen accenten. Vanuit het perspectief van het individu valt onder ‘lezen’ een drietal nauw samenhangende aspecten te onderscheiden: de motivatie om te lezen en de attitude ten opzichte van lezen, het eigenlijke leesproces en de realisering van functies van lezen. Vanuit maatschappelijk oogpunt gaat het om het realiseren van geletterdheid als bijdrage aan maatschappelijke domeinen als cultuur, politiek, wetenschap, economie en aan de samenleving als geheel. De ontwikkeling van de leesvaardigheid begint al op zeer jonge leeftijd. Naast de autonome groei van de persoon zijn omgevingsfactoren zoals het gezin en peer group van belang, evenals interventies waarvan de schoolopleiding wel de belangrijkste is.
Deze globale kenschets kan en moet vanzelfsprekend aanzienlijk gedifferentieerd worden, zeker waar het het idealiserende karakter ervan betreft. Lezen leren (waarderen) verloopt niet altijd gladjes, laat staan vanzelf. De conferentie ‘De aarzelende lezer’ wil inzoomen op factoren die voor het realiseren van een goede leesontwikkeling van groot belang zijn. Of anders gezegd, die daarvoor een barrière kunnen vormen. Stichting Lezen wil daarmee laten zien hoe breed het terrein van de leesbevordering is én is geworden. Wat het eerste betreft gaat het om bijvoorbeeld specifieke lees- en leerproblemen die zich bij het ‘gewone’ lezen en het literaire lezen kunnen voordoen. Wat het tweede betreft gaat het zowel om nieuwe ontwikkelingen in het leesdomein, zoals medialisering en digitalisering, als om nieuwe dimensies van het lezen in wetenschappelijk opzicht, zoals hersenonderzoek.

 

Terug naar het programma